Janwillem Koten

'16 maart - A73'

16 maart 2020 is een belangrijke dag, ook voor Dukenburg. Overdag mag men vanaf die datum maar maximaal 100 kilometer per uur rijden. Voor mensen die met de auto hun broodje moeten verdienen betekent dit extra werkuren. Bedenk dan dat we in een klein land wonen met de hoogste bevolkingsdichtheid van Europa. Dat betekent, meer dan in andere landen, dat wij in ieder geval al een zware milieubelasting hebben. We zullen in ons kleine landje voorzichtiger met elkaar en met de omgeving moeten omgaan, willen we het leefbaar houden. Op dit punt kunnen we veel van de Japanners leren, die die kunst goed verstaan. Wie wil raggen kan het beste naar Duitsland gaan. Daar is nog plaats voor autoracen. Ieder nadeel heeft ook zijn voordeel. Dat geldt vooral voor Weezenhof. Wellicht zijn door de lagere maximale snelheid de geluidslast en de fijnstofuitstoot ook minder. Diverse mensen zeiden mij dat ze ook wel ’s nachts een snelheidsbeperking op de A73 zien zitten. De geluidsdruk in bepaalde buurten van Weezenhof is ook in de nacht hoog door het ontbreken van geluidswallen in het Heumense deel van de A73. Dan nog een belangrijk punt bij de A73. In het deel nabij Dukenburg zijn vaak zeer ernstige ongelukken. Mijns inziens is de A73 langzamerhand overbelast aan het raken, waar men bij de aanleg niet op gerekend had. Verder zijn er natuurlijk de hoge maximale snelheid van 130 kilometer per uur en mogelijk ook de wegaanleg met vele wat moeilijke afslagen. Dit alles samen kan een mogelijke oorzaak voor de vele ongevallen zijn. Het is te hopen dat als maximumsnelheid vermindert, het aantal ongelukken afneemt. We kunnen dit vaststellen door de oude en nieuwe verkeerssituatie te vergelijken. Mochten er minder ongelukken komen, dan is de maximale snelheidsverlaging een zegen en een motief om die ook voor de nachtelijke uren door te voeren.

Janwillem Koten

'Vuurwerk 2020'

Er is al veel gezegd over de vuurwerkoverlast. Ook in ons stadsdeel waren er heel wat klagers, vooral de dierenbezitters. Hoewel het geknal mij soms aan de oorlog deed denken en daarbij slechte herinneringen opriep. Veel mensen ergeren zich ook aan de rommel op straat, waar vuurwerkgebruikers hun verpakkingsmateriaal en de resten van het vuurwerk achteloos laten liggen. Bravo voor de Dar voor het snel en efficiënt opruimen van de meeste rommel. Desondanks heb ik een onaangenaam gevoel over het vuurwerk. De honderden miljoenen die dit alles kost zijn mij een doorn in het oog. Zeker nu er zoveel van de voedselbank gebruik wordt gemaakt. Ik zag liever dat het verspilde geld daar naartoe zou gaan. Dat had heel wat mensen gelukkig gemaakt. Men zegt wel eens dat vuurwerk een Nederlandse traditie is die men niet graag ziet verdwijnen. Ik heb twijfel aan die traditie en zet daar mijn vraagtekens bij. In mijn jeugdjaren heerste er een economische crisis. Iedere cent moest bij ons drie keer worden omgedraaid. Van vuurwerk was nauwelijks sprake. Hooguit kreeg je een cent om bij de kruidenier wat carbid te kopen. Daarmee kon je dan met een stroopblikje overdag wat knallen. Oudjaar was vooral een huiselijk feestje met oliebollen. Die avond werd ook in veel gezinnen het afgelopen jaar herdacht. Was het twaalf uur geworden, dan loeiden sirenes en luidden de klokken. Men ging de straat op om de buren goed Nieuwjaar te wensen. Onder de bezetting en lange tijd daarna was er evenmin vuurwerk. Vuurwerk zag men weer aan het einde van de jaren 50. Het werd vermoedelijk ge(her)introduceerd door de stroom landgenoten en Chinezen die vanuit Indonesië en andere delen van het Verre Oosten naar Nederland kwamen. Veel mensen willen het vuurwerk afschaffen. Ik denk dat dit niet zal lukken. In plaats van een verbod of afschaffen moet men een alternatief bieden. In Engelse steden was het de gewoonte dat men met zijn allen naar het marktplein ging, waar tevens kraampjes voor een natje en droogje (bijvoorbeeld oliebollen) zorgden. Bij de klok van twaalf zag je een ware verbroedering van mensen die elkaar geluk en voorspoed wensten. Ik zou het leuk vinden als zoiets in Dukenburg zou plaatsvinden, eventueel aangevuld met het afsteken van wat siervuurwerk.

Janwillem Koten

'Overdenking'

Dit is de honderdste editie van de Dukenburger. Dat betekent dat we een kleine encyclopedie van het wel en wee van Dukenburg hebben geschreven. Bekijk je de (oude) redactieleden individueel dan betekent dit dat zij gemiddeld een boek van 500 pagina’s per redacteur hebben volgeschreven. Geen geringe prestatie. Het is daarom bij de honderdste editie tijd even bij ons zelf stil te staan. Eigenlijk is het een klein wonder dat de Dukenburger zo goed ging. De voorganger Trefpunt schoot te kort. Wijkmanager Eric van Ewijk besloot een nieuwe redactie te vormen, waarin naast de oude Trefpuntredactie nieuw mensen kwamen. De eerste editie verscheen in een vorm die we nog steeds hebben. Het blad was zo succesvol dat na korte tijd in Nijmegen diverse soortgelijke bladen in andere stadsdelen ontstonden die het patroon van de Dukenburger volgden. Ons blad bleek goed te worden gelezen. Niet alleen in het stadsdeel, maar ook op het stadhuis.

Vanwaar dit succes? De veelkleurige opmaak met veel fotomateriaal bleek een goede redactionele formule. Ook de wijkopbouw werd gewaardeerd. Maar vooral de discipline en toewijding van individuele redactieleden heeft aan het succes bijgedragen. Iedere maand voldoende kopij in te sturen vergt toewijding en betrokkenheid met het lot van Dukenburg van ieder redactielid. Geen van ons heeft een journalistieke opleiding gehad. Vrijwel alle redacteuren bewegen zich in hun eigen wijk tussen de doorsnee Dukenburger. En veel gewone Dukenburgers leveren ons voldoende kopij op waarmee we een boeiend blad kunnen maken. Dit rechtstreeks contact van de redacteuren met andere wijkgenoten is, denk ik, de kern van het succes van het blad.

Janwillem Koten

'Onthoudingsdag'

Het woord onthoudingsdag zal de meeste mensen niets meer zeggen. Maar oude katholieken zullen zich herinneren dat dit een vleesloze dag was. Ik kwam op deze gedachte toen ik las dat vrijdag 4 oktober dierendag was. Goede burgers konden beter geen vlees eten vanwege het leed de dieren wordt aangedaan en ter voorkoming van schade aan het milieu. Vlees eten was in mijn tijd nog een luxe, en luxe en overdaad pasten niet in een rechtlijnige katholieke houding. Vandaar dat men iedere vrijdag geen vlees mocht eten. Tijdens de vastenperiode at men vrijdag en zaterdag geen vlees en bij de vier kwartaalweken at men zelfs driemaal in de week geen vlees. In de loop van de zestiger jaren verdween de eeuwenoude traditie bij de meeste katholieken. Het was niet praktisch in een neutrale samenleving, vooral wanneer men zoals ik in de bedrijfskantine dagelijks zijn maaltijd at. Maar ook meer progressieve katholieken wilden van die ouderwetse gewoonte af. De vleesloze vrijdag was goed voor ouderwetse gelovigen. Het is merkwaardig genoeg dat juist progressieve mensen weer naar vleesloze dagen terug verlangen. Wellicht niet de vaste vleesloze vrijdag, maar naar andere vleesloze dagen. ‘Het kan verkeren’, zou Brederode zeggen. Waarop men vroeger neerkeek wordt nu aangeprezen. Zo zie je maar dat evenals bij de kledingmode veel dingen komen, gaan en weer terugkomen. In terugblik was de vleesloze vrijdag niet zo ouderwets zoals men vijftig jaar geleden meende. Hoewel de motieven voor de vleesloze dagen vroeger en nu verschillend lijken, in de basis zijn ze gelijk: Beheers je consumptiegedrag en doe geen nutteloze schadelijke dingen.

Janwillem Koten

'Duuk-vrijwilligers: hulde!'

In augustus was bouwdorp Duuk succesvol, dankzij een goed bestuur en geestdriftige medewerkers. Zij liepen zich voor Duuk de benen uit het lijf, investeerden uren in de opbouw van het ‘bouwterrein’. Voorafgaand was er ook volop werk, zoals een nieuw draaiboek, het werven van sponsoren, de financiën enzovoort. De vrijwilligers kunnen terugzien op vijf feestdagen met glunderende kinderen. Voor meerdere kids het enige vakantie-uitje. Fijn dat gemeente en instellingen flink geldelijke ondersteuning verleenden. Voor gezinnen die de inschrijfkosten niet kunnen betalen, verleent Stichting Leergeld subsidie. Duuk-penningmeester Hans Veltmeijer verklaarde dat er financieel goed gedraaid is.

In 2020 kan met frisse moed een nieuw bouwdorp georganiseerd worden. Vooral het enthousiasme van de plusminus zestig vrijwilligers maakte dit festijn mogelijk. De locatie Lindenberg-Aldenhof en de inzet van hun medewerkers hebben absoluut aan het succes van Duuk bijgedragen. Dat het anders kan, bewezen jeugdvandalen bij bouwdorp Waterkwartier. Deze lolbroeken probeerden het kinderfeest te verpesten. Dit begrijp je toch niet. Kennelijk hebben ouders hun kroost niet goed in de hand. Bewijs hiervoor zijn de fors gestegen uitgaven voor jeugdzorg, waardoor talloze bezuinigingen worden doorgevoerd. Ook Dukenburg zal steeds minder subsidie ontvangen. Dit betekent nog vaker een beroep op vrijwilligers en sponsoren voor activiteiten. Vrijwilligers worden letterlijk goud waard. Alom klaagt men dat hun aantal zo terugloopt. Dit is mede het gevolg van de ontkerstening van de samenleving: kerken waren grootleveranciers van vrijwilligers. Om de schaarste aan deze hulp te beperken moeten gemeente en samenleving nieuwe wegen zoeken. Extra bemoediging van reeds actieve vrijwilligers kan dit stimuleren.

Gemeentelijke ambtenaren bezochten Duuk en waren vol lof over het vrijwilligerswerk. Ondanks uitnodigingen bleef overige politieke belangstelling uit. Vrijwilligers zitten niet op loftuitingen te wachten, maar een schouderklopje kan geen kwaad. De Dukenburger geeft er ook eentje, met de wens: ga zo door mensen!

Janwillem Koten