Toon Kerssemakers

'Eindelijk!'

Het zal toch niet waar zijn. Maar het is wel zo. Eindelijk gaat er veel gebouwd worden in Dukenburg. Burgemeester Bruls zei het in zijn nieuwjaarsspeech: “Er moet meer gebeuren en er gaat meer gebeuren.” Dukenburg werd als enige apart genoemd. Dat hadden we in jaren niet meegemaakt. De gemeente deed snel daarna boter bij de vis: midden februari verscheen de Omgevingsvisie Nijmegen. De kanaalzone (met teksten over Dukenburg) als hotspot. Op andere pagina’s in deze Dukenburger meer hierover. Als je alles leest, durf je het haast niet te geloven. Komt er eindelijk een einde aan commentaren als: “In Dukenburg wil je niet dood gevonden worden?” Staan we binnenkort niet meer in de treurtrips top tien van een schrijver die geld verdient aan nuilen over ons stadsdeel?

“Gie geleuft het,” zullen ervaren Dukenburgers nu roepen. Ik zie de teksten al voorbijkomen: zeker nooit gehoord van grootse plannen die niet doorgingen? Het fantastische plan Hart voor Dukenburg? Niets van overgebleven. Ken je die mop over geldstromen naar Dukenburg? Nee? Die kwamen niet. Ik weet het, ik weet het. Er kan inderdaad (weer) een crisis komen die plannen zullen dwarsbomen. Maar let op! De woningnood is groot in Nijmegen. Dukenburg heeft ruimte. En redelijk betaalbare huizen. In tegenstelling tot veel andere gebieden in de stad. En het stroomnet heeft hier nog capaciteit. Nijmegen-Noord niet. Dat speelt allemaal mee bij de Omgevingsvisie Nijmegen. Die visie is niet vrijblijvend. Toekomstige bestemmingsplannen moeten daarin passen.

Lees die visie dus. Begin desnoods met het hoofdstuk “We omarmen het kanaal” (betreft Dukenburg). Wilt u een zienswijze indienen? Dat kan tot en met 1 april. Desgewenst samen met andere bewoners. En niet bij de info-avond op 2 maart geweest? Het StAAD-debat op vrijdagmiddag 20 maart biedt een nieuwe kans. Dat is een debat met gemeenteraadsleden in Wijkcentrum Dukenburg. U bent dan meteen aan het goede adres. De gemeenteraad stelt immers de omgevingsvisie vast.

Het zal uw tijd wel duren, denkt u? Misschien. Veranderingen gaan niet plotseling. Maar de trein gaat wel vertrekken. Eindelijk!

Toon Kerssemakers

'Waar is de Dukenburger?'

De krant kunt gij niet missen. Geen dag. Deze strenge tekst stond lang geleden op een kaartje waarmee langs huizen werd gegaan om namens de krant gelukkig nieuwjaar te wensen. In ruil voor een beloning. Maar als je het afgelopen jaar een paar keer niet bezorgd had, kon je zonder een cent worden weggestuurd. Plichtsverzuim werd hard aangepakt.

Ons blad verschijnt niet dagelijks. En als het in de bus komt, lezen de meesten het nummer niet in één keer. Even geen tijd. Werken. Een klus in huis of boodschappen doen. Zorgen voor (klein)kinderen. Er is altijd wat. Tja, dan heb je vaak een probleem als je wil doorgaan met lezen. Of naar een activiteit wilt waarover de Dukenburger geschreven heeft. Die is natuurlijk niet meer te vinden. Dus stapels folders nalopen. Papier container uitgraven. Eventuele huisgenoten aanspreken. Heb jij de Dukenburger gezien? Al weg met het oud papier? Of vervelender teksten zoals: denk nou na waar je jouw troep laat. Géén bezorging is ook een bron van ergernis. Een bezorger, die het laat afweten. Of een nee-nee of een nee-ja sticker op de brievenbus.

Allemaal onrust en getob voor niets. Ons blad is er echt wel. Altijd. Alleen niet in de brievenbus, maar in uw computer, laptop of smartphone. De Dukenburger verschijnt namelijk ook digitaal. Alle 101 nummers kunt u nalezen. Onderwerpen, gerangschikt in thema’s (dossiers). Artikelen over mensen, die u kent, de agenda. Er zijn natuurlijk meer sites in Dukenburg. Die ook informatie geven. Maar bij ons kunt u lezen over nieuwe ontwikkelingen, komen bewoners aan het woord, zeggen politici wat zij denken over en doen voor Dukenburg enzovoorts. Waar? Op www.dedukenburger.nl. Elders in dit nummer meer informatie.

Nu genoeg. Onze hoofdredacteur let scherp op, dat wij ons niet schuldig maken aan “wij van WC eend adviseren WC eend.” Ofwel: wij mogen niet zomaar reclame maken voor onszelf. Toch kan ik het nog even niet laten: de Dukenburger is niet te missen. Geen dag!

Toon Kerssemakers

'Robots'

Nee. Ik ben niet gestoord. In deze 100ste Dukenburger wil ik schrijven over de Dukenburger 200. Die verschijnt in februari 2031. Aanleiding: een akelige droom over robots die mijn werk bij de krant zouden overnemen. Journalistenrobots. Toine Heijmans schreef al over experimenten hiermee in november 2019 (de Volkskrant). Droevig zette ik tijdens deze nachtmerrie de computer aan om mijn laatste stukje te schrijven. Oeps, stroom op. Dat betekende dat ik de deur uit moest. Stroom was op rantsoen sinds een wekenlang durende storing in 2027. In de jaren daarvoor was het verbruik gigantisch toegenomen. Het elektriciteitsnet was niet meegegroeid. Gevolg: een enorme crash. Als noodmaatregel waren in Winkelcentra Weezenhof, Meijhorst en Dukenburg drie windpalen (moderne windmolens zonder wieken) neergezet. Met kastjes voor wijkbewoners om via een code stroom te kopen.

Weer thuis werkte ik verder aan mijn stuk. Een reportage over een chatsessie van bewoners met gemeentelijke robots over nieuwbouw in Dukenburg. Het grootste deel van inspraaktrajecten werd sinds enige tijd door robots afgehandeld. Veel bewoners waren over die plannen absoluut niet te spreken Volgens de gemeente moest het elektriciteitsnet in Nijmegen Noord gespaard worden. Er kon geen enkele woning meer bij. Daarom was in Dukenburg nieuwbouw nodig omdat hier ruimte was. Dat hield in dat 50 procent van het groen opgeofferd zou worden. Wel zou Dukenburg eindelijk nieuwe voorzieningen krijgen, waaronder een volledig geautomatiseerde Stadswinkel. Aan andere agendapunten (verwaarlozing van winkelcentra, veiligheid, uitbreiding aantal Skaeve Huse en openbaar vervoer) kwam men niet meer toe. Er was overigens nog wel een positief punt: na tien jaar onderhandelen konden tien appartementen van de Doekenborg worden bestemd voor 73-plussers. Mits twintig jaar wonend in Dukenburg. Een luide bonk onderbrak mijn getyp. Vond mijzelf bibberend terug naast bed, waar ik uitgevallen was. Zwetend van deze robotnachtmerrie. Wat was ik blij dat alleen mijn bril weg was en niet mijn baan. Helemaal opgemonterd tikte ik deze column. Speciaal voor de Dukenburger nummer 100.

Toon Kerssemakers

'Zagen'

Het gebeurt soms. Een deuntje dat niet uit je hoofd gaat. Een oorwurm noemen ze dat. Bij lezen heb je ook zoiets. Een tussenzinnetje in onze Dukenburger meldde vervanging van alle populieren bij het Orangeriepad (septembernummer, Lankforstpagina over landgoed Duckenburg). Die zin bleef knagen. Dat knagen werd jeuken toen iemand vertelde dat er - volgens insiders - een mega-operatie bomen kappen aanstaande is. Vanwege veiligheid, ouderdom, hobbels in fietspaden of aanleg van 5G-kabels. Moeten we daar moeilijk over doen? Dacht het wel. Bomen zijn namelijk een van de betere uitvindingen van de natuur. Zij ondersteunen perfect en goedkoop (!) het milieu. Ze zijn een grote hulp bij zomerhitte. Enzovoorts. Ons stadsdeel heeft veel bomen. En daar zijn Dukenburgers trots op. (Al moet dit seizoen hard gewerkt worden om blad op te ruimen.) Soms wordt er een onveilig. Dan moet gekapt worden. Waarom – zo bleef het als een processierups jeuken – was dat kappenplan tussen de regels door geschreven? Gaat het inderdaad om een mega-operatie? Mogen we het niet weten? Zijn die bomen wel onveilig? Zijn er kapplannen voor andere wijken? Nepnieuws? Kan er wat tegen gedaan worden? Allemaal vragen die bij me opkwamen. Bij kappen van bomen hanteert de gemeente de stelregel dat iemand bezwaar kan maken als hij minder dan 100 meter van een boom woont. Of als hij/zij die boom vanuit huis kan zien. Formeel is online te vinden wanneer een vergunning moet worden afgegeven. Het is echter net zoals bij klantenservices van bedrijven: je zoekt je een ongeluk om meer aan de weet te komen. Laat staan dat je iets vindt over toekomstplannen. Voordat je het weet, ben je te laat.

Dus gemeente, vertel ons over toekomstige kapplannen. Vertel het desnoods nog een keer. In simpele bewoordingen. De gemeentepagina’s in de Dukenburger zijn prima te gebruiken. Natuurlijk ontstaat er soms opwinding. Maar het gaat wel ergens over. Of niet soms? Niet kunnen vragen en toch zagen? Dat doen we niet met elkaar. Of ben ik nu een zagende (Vlaams voor zeurende) Dukenburger?

Toon Kerssemakers

'420 banen'

‘Geen eten.’ Met een ‘meteen naar bed’ als toevoeging. Dat kreeg ik vroeger te horen als ik stout was geweest.

Onlangs, toen ik in het ziekenhuis lag, gebeurde het weer: ‘Geen eten.’ Zonder ‘meteen naar bed.’ Daar lag ik al in. ‘Het staat in de computer’, was nu het argument. Een nacht wachten op eten hoefde ik echter niet. Een ervaren verpleegkundige hielp me uit de brand door de catering te melden dat mijn behandeling was uitgesteld. En ik gewoon kon eten. De mail van de afdelingsarts hierover was niet doorgekomen. Als troost kreeg ik een extra ei.

In het ziekenhuis kun je niet om computers heen. Je wordt bij opname verbonden aan een monitor, waarop allerlei gezondheidszaken te zien zijn. Bij controle wordt eerst naar het scherm gekeken. Ik heb grote bewondering gekregen voor de snelheid waarmee medewerkers alle gegevens weten te verstouwen. (Je kunt alles zelf digitaal volgen op jouw persoonlijk account. Soms in het Engels of medisch potjeslatijn.) Al met al een grote, steeds groeiende stroom data, die in de gaten gehouden moeten worden. Je zou denken: er moet méér zorgpersoneel bij. Niet dus. In Nederland verwachten rekenmeesters in 2040 een tekort van 350.000 zorgbanen (dagblad Trouw op 12 september jongstleden).

Voor Dukenburg omgerekend praat je dan over een tekort van 420 voltijdsbanen. ‘Automatiseer dan maar’, wordt vervolgens geroepen. Ik moet er niet aan denken. Zorgvuldig en ervaren personeel blijft nodig voor persoonlijke zorg en aandacht: om goed te kunnen genezen; om vastlopen van processen te vermijden, zodat je niet een nacht zonder eten blijft. En om zoveel meer redenen natuurlijk. Investeren in mensen in plaats van in robots. Hoe moeilijk kan het zijn?

Er komen weer acties in de zorg. Eén dag alleen maar spoedgevallen. Lastig? Natuurlijk. Maar de laatste weken heb ik gezien hoe belangrijk verbeteringen van werkomstandigheden voor zorgmedewerkers zijn. Doe je niets dan heb je binnen de kortste keren inderdaad pratende robots aan je bed.

Willen we dat? Nou dan.

Toon Kerssemakers